Het 'vier ogen principe'

4 juli 2013

Een belangrijke wijziging met ingang van 1 juli 2013 betreft de invoering van het zogenoemde ‘vierogenprincipe’. Dit principe houdt in dat bij kindercentra in de dagopvang altijd een volwassene moet kunnen meekijken of meeluisteren met een beroepskracht. Daarom zou dit principe strikt genomen beter aangeduid kunnen worden als vierogen- en orenprincipe. Toch is de voorkeur gegeven aan de kortere term vierogenprincipe omdat die in de praktijk nu al gebruikt wordt.

De opname van het vierogenprincipe vloeit voort uit de conclusies van de onafhankelijke Commissie Onderzoek Zedenzaak Amsterdam van april 2011 en de nadere afspraken die de convenantpartijen daarover hebben gemaakt. Het doel van de maatregel is het voorkomen van situaties waarin de gelegenheid bestaat tot het plegen van (seksueel) misbruik bij kinderen in de dagopvang.
Met de convenantpartijen is afgesproken het vierogenprincipe vooralsnog alleen te introduceren voor de dagopvang, omdat in de buitenschoolse opvang en peuterspeelzalen het risico op misbruik kleiner wordt geacht. In de buitenschoolse opvang en de peuterspeelzaal slapen kinderen niet meer tijdens de opvang en zijn er minder verzorgingsmomenten dan in de dagopvang. In peuterspeelzalen worden kinderen bovendien halve dagen opgevangen waardoor de beroepskracht vrijwel nooit alleen is met een kind; alle kinderen worden op dezelfde tijd gebracht en gehaald en de beroepskrachten hebben geen pauze.

De gevolgen van deze maatregel voor de bedrijfsvoering door ondernemers in de kinderopvang kunnen sterk variëren en worden bepaald door de wijze waarop ondernemers er invulling aan geven. Ondernemers hebben de plicht de oudercommissie om advies te vragen en de ouders te informeren over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het vierogenprincipe. Soms zullen geen wijzigingen nodig zijn, omdat er nu altijd al een andere volwassene kan meekijken of meeluisteren met de beroepskracht. In andere gevallen zullen er wel maatregelen moeten worden getroffen, bijvoorbeeld door bouwtechnische aanpassingen (zoals het plaatsen van extra ramen, verwijderen van muren) of audio- of videoverbindingen tussen groepen en ruimtes. Ook kan gekozen worden voor organisatorische wijzigingen, zoals een andere personeelsinzet of het aan de randen van de dag samenvoegen van stamgroepen (waarbij uiteraard voldaan wordt aan de voorschriften in artikel 5 van deze regeling). Ondernemers kunnen daar zelf invulling aan geven. Kleine kindercentra waar gezien het aantal opgevangen kinderen maar één beroepskracht aanwezig hoeft te zijn, kunnen voldoen aan het vierogenprincipe door de inzet van vrijwilligers of stagiaires als extra volwassene op de groep of het plaatsen van audio- of videoapparatuur waardoor altijd iemand kan meekijken of meeluisteren.

De brochure ‘Het vierogenprincipe in de dagelijkse praktijk’ van de Brancheorganisatie Kinderopvang en BOinK geeft een aantal praktijkvoorbeelden van hoe het vierogenprincipe kan worden toegepast. Op woensdagavond 27 maart bespreekt de oudercommissie van Stichting Kindercentrum bernisse de brochure met de directeur Alice Diepstraten.