Werkeloze ouders mogen uren kinderopvang opmaken.

19 februari 2013

Bij veel werkloze ouders heerst de gedachte dat ze drie maanden na hun werkloosheid geen recht meer hebben op kinderopvang. Maar dat hoeft niet zo te zijn. Als ouders na drie maanden nog niet het aantal opvanguren hebben afgenomen waar zij recht op hadden, dan mogen ouders die ook na die drie maanden opmaken. Dit staat vermeld op de website van de Belastingdienst.

Ouders die worden ontslagen of om een andere reden stoppen met werken, hebben nog drie maanden recht op kinderopvangtoeslag. Sinds de koppeling van de kinderopvang-toeslag aan het aantal gewerkte uren, staat het aantal opvanguren per ouderpaar vast: het aantal uren van de ouder die het minste werkt is hierin doorslaggevend. Behalve kinderopvangtoeslag over die uren heeft een ouder ook recht om die uren op te maken in de kinderopvang. 

Dagopvang/gastouderopvang
Op de website van de Belastingdienst staan voorbeelden:
Een ouder wordt op 1 april werkloos en hij/zij is dat nog op 1 juli. Hij/zij werkte gemiddeld 25 uur per week. Als het kind naar de dagopvang gaat, heeft de ouder recht op 26 weken x 25 (aantal gewerkte uren) x 140% = 910 uur.
Dat is het maximaal aantal uren kinderopvangtoeslag waar de ouder recht op heeft.
De 26 weken zijn gebaseerd op de periode 1 april tot en met 1 juli.

Bso
Voor de bso wordt het aantal gewerkte uren niet vertaald in 140 procent, maar in 70%.

In beide situaties geldt dat als deze uren wel zijn opgemaakt, de ouder de kinderopvang-toeslag na drie maanden stop moet zetten.